
Wet agrarisch grondverkeer
Artikel 39
1
De aanwijzing, bedoeld in artikel 37, derde lid, vermeldt, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, ten aanzien van de onroerende zaken waarop zij betrekking heeft, de kadastrale aanduiding daarvan, de grootte van elk der desbetreffende percelen volgens de basisregistratie kadaster en, indien een in de aanwijzing opgenomen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte.
2
Het bureau zendt een kennisgeving van de aanwijzing bedoeld in artikel 37, derde lid, aan iedere eigenaar van de in de aanwijzing begrepen gronden, alsmede aan iedere rechthebbende op een beperkt recht waaraan die gronden zijn onderworpen. Deze kennisgeving bevat een beschrijving van de betekenis van de aanwijzing. Indien de gronden niet langer begrepen zijn in een aanwijzing als bedoeld in artikel 37, derde lid, dan wel indien het bepaalde in artikel 37, vijfde of zesde lid, zich voordoet, geeft het bureau hiervan op overeenkomstige wijze kennis.
3
De aanwijzing als bedoeld in artikel 37, derde lid, treedt in werking na verloop van een week na dagtekening van de bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.